Ultra-trailers zijn niet per definitie kilometervreters. Ook met een redelijk beperkt aantal maandelijkse kilometers kun je een “100-miler trail” uitlopen. Deel één van een miniserie over ‘low-milage ultra-trail training’
Daar waar de marathontraining een redelijk uitgekristalliseerd gebeuren lijkt , zijn er ook volgens de trainingsdeskundigen vele manieren om voor de ultra-trail te trainen.

Als we kijken naar de twee grootste ultra-trail landen van dit moment kunnen we grofweg 2 stromingen zien:
-In de USA wordt veel belang gehecht aan ‘mileage’. Kilometers vreten dus. In Nederland zie je dit “Knippenberg-syndroom” ook bij veel ultra lopers.
-Veel Franse Ultratrailers zijn, in tegenstelling wat vaak gedacht wordt, geen kilometer vreters. Kwaliteit en afwisseling staat voorop in hun trainingen. Ook met 3 à 4 keer in de week trainen, ( dus met minder dan 60 km) kun je een 100-mijler uitlopen.

Bij degenen die een abonnement hebben op het podium in de ultra-trail zijn er verassend veel die nooit meer dan 80 km in de week lopen. Al wonen ze niet in een Hollandse polder.

Basisprincipes
-Bij Ultra trail training denk je in maanden en jaren niet in weken. Waar je in een half jaar naar een marathon kan toelopen, duurt de aanloop naar een ultra-trail veel langer. Dat ligt oa aan het feit dat het sterker worden van gewrichten, pezen en banden (slecht doorbloedde delen) veel langzamer gaat dan het sterker worden van spieren (zeer goed doorbloed). Sterke pezen, banden en gewrichten zijn essentieel in ongelijk, bergachtig terein.

-Geduld is een belangrijke eigenschap van de ultra-trailer. Misschien wel de belangrijkste. Geduld in training, bij het omgaan met blessures en bij lange “dips” in wedstrijden. Geduld leidt naar ervaring; en ervaring opdoen is een belangrijk element bij toewerken naar hele lange wedstrijden.

-Trainen betekent belasten én herstellen. Dat laatste doe je met rust. Eén van de grootste fouten is te snel, te veel willen, en trainen. Met als gevolg op de loer liggende blessures en overtraining. Herstel en rust zijn vaak het meest onderschatte element van je trainings opbouw.

-Iedere training is specifiek ergens op gericht. Oftewel; je gaat niet zomaar een uurtje rond hobbelen. Je richt je op iets specifieks, (fysiek en mentaal) Bijvoorbeeld maximaal snelheid, heuvelaf, specifiek ultra-trail tempo etc. Op die manier werk je iedere training, al duurt die maar een uurtje, aan een kleine verbetering. En in een jaar zijn dat dus heel veel kleine verbeteringen. Geduld zoals eerder gezegd.

-Gezond eten in het dagelijks leven is essentieel, dat is geen nieuws uiteraard, maar het is wel belangrijk voor herstel na training. Het overgewicht moet weg, dus het vet snacken vermeden worden. Roken mocht je toch al nergens meer.

-Beweeg. Ook buiten je training. Als je een fysieke baan hebt zul je geen ‘extra’s’ hoeven doen. Als je voornamelijk zit moet je je romp en arm spieren wat extra aandacht geven. Die spieren heb je in de trail ook nodig . De auto laten staan, zwemmen, oefeningen doen, verbouwen, boodschappen sjouwen, hout hakken, mountain biken, etc. helpen ook.

-Loop niet te hard van stapel, bouw de lengte van je wedstrijden rustig uit. Steek voldoende tijd in ‘tapering’ & herstel. De fysieke training is het resultaat van maanden en jaren en je wedstrijdresultaat is niet afhankelijk van die rustige week voor of na een wedstrijd.

Volgende week: Soorten trainingen.

Splash this around