Trail des Trappistes

by | May 22, 2016 | Nieuws

Oef, dat liep maar net goed af. Dacht ik toen tenminste nog… Het is tijdens de Trail des Trappistes ergens in de vroege ochtend van zaterdag 21 mei, plaats van handeling een bos ergens ten zuiden van Florenville. Tijdens één van de (spaarzame) snelle afdalingen in de beginfase van de wedstrijd verstap ik me genadeloos. Niet zo vreemd als je de ingrediënten van dat moment erbij pakt. Schemerdonker in een bos, een niet vaak belopen pad wat eigenlijk bestaat uit een overgroeid geultje naar beneden toe en een (oud) bladerdek met daaronder, als een soort surprise verstopt, een scala aan stenen in allerlei maten. Een voetbalverleden met behoorlijk wat speling op beide enkels is dan ook niet echt bevorderlijk te noemen. Gelukkig zorgen diverse oefeningen er al meerdere jaren voor dat ik tijdens trails eigenlijk nooit echt hinder ondervind van de speling op de enkels. Ook nu weer zorgen de (te lange, maar wel ijzersterke) enkelbanden, in combinatie met de andere spieren in mijn onderbenen, ervoor dat ik er niet doorheen klap. Een scheuring wordt me dus bespaart. Gelukkig, dat liep maar net goed af…

Het gaat eigenlijk best wel lekker in deze Trail des Trappistes. Toen deze wedstrijd vorig jaar, nieuw, op de kalender kwam zag ik het eigenlijk meteen wel zitten. Een wat onbekender gebied in de Ardennen, een nieuwe race onder de vlag van Sportevents (Trail des Fantômes is tenslotte al jaren een begrip) en een 100 kilometer in mei in de heuvels van de Ardennen kan een mooie opmaat zijn voor het nieuwe seizoen. En dan ook nog eens een Orval aan de streep, wat wil een mens nog meer?

De praktijk verloopt echter wel wat minder dan het affiche vooraf beloofde. Vooruit met 2.400 (beloofde en door mij niet geregistreerde, ik kwam namelijk niet verder dan een krappe 2.000) hoogtemeters op 100 kilometer kan het nooit een echt heftige race worden, maar in het eerste uur van een trail 11 kilometer (en mijn basissnelheid ligt echt niet hoog) afleggen over brede paden zonder hoogteverschillen dat was toch ook niet echt waar ik voor kwam. Dat kan ik thuis op Goeree Overflakkee ook.

Gelukkig wordt het na een kilometer of 20 wat leuker. De Semois doemt op en van het uitgesleten rivierdal wordt dankbaar gebruik gemaakt door regelmatig een op-en-neertje van en naar de rivier te doen. In de aanloop van dit stuk word ik ingehaald door ‘Legend’ (dat ben je in mijn ogen als je Legends Trail finishte in barre omstandigheden in maart) Peter Swager.

Markante kop, meer dan oer-Hollandse nuchterheid (‘Het moet vooral leuk zijn, anders stop ik!’) en door het stuk van Mig een soort van cultheld aan het worden. Op de eerste post (na 30 kilometer) houdt hij zijn truc-speciale nog wat verborgen, maar op de tweede post doet hij het gewoon. Uit zijn rugzak diept hij een waterdicht zakje op. Je zou denken met een telefoon, of iets van voeding, of wellicht een schone onderbroek, maar nee hoor gewoon een pakje (half)zware Van Nelle (of zoiets, ik heb er geen kijk op) om daar doodleuk een peukie te draaien en op te roken. De Walen die de post bemannen weten niet waar ze kijken moeten en lachen hem maar wat tegemoet. Deze truc herhaalt hij op de volgende posten (waarschijnlijk iedere volgende post, maar dat weet ik niet precies hij finishte namelijk 40 minuten voor me) iedereen en alles verbouwereerd achterlatend. Gniffel, gniffel!

Dan terug naar de race. ‘Het loopt perfect!’ app ik mijn vrouw op 45 kilometer. Na 5 uren wedstrijd neem ik even de tijd voor een wat langere pauze. Alles even herorganiseren, even de schoentjes uit, wat extra eten en drinken en door naar de volgende post 17 kilometer verder. Maar ergens rond het laatste stuk naar de 4e post op 62 kilometer begint de ellende. De rechterkuit doet vreemd. Staat strak, doet pijn en belemmert me ernstig in mijn afzet. Het tempo zakt en de scherpe klassering (top 20 had zomaar gekund en dat is voor mijn doen goed en dat ondanks dat dit parcours veel te snel voor me is) raakt buiten bereik.

Ergens richting post 5 (rond 75 kilometer) beleef ik, de vooraf altijd ingecalculeerde maar daarom nog steeds niet prettige, mega dip. Ik voel me slapjes, het linker bovenbeen is wel erg pijnlijk en die rechterkuit, daarmee kan ik eigenlijk niet verder wil ik erger voorkomen.
Dat bankje lonkt daar wel heel erg. Even zitten, mezelf weer bij elkaar rapen en (proberen) van het uitzicht genieten. En door maar weer, want ja hier in dit bos kan ik tenslotte ook niet achterblijven. En uitstappen is vandaag eigenlijk helemaal geen optie. Na de UTMB van vorig jaar nu weer een ‘grote’ wedstrijd niet finishen zal mentaal namelijk een groot litteken achterlaten en ook wil ik gewoon mijn punten halen richting de UTMB van 2017. Dat is tenslotte dit jaar mijn masterplan. Maar ja, die kuitspier moet niet scheuren natuurlijk… Waar komt die ellende eigenlijk vandaan? Het lijkt iets acuuts, niet iets wat al in het systeem sluimerde. Een dag later valt (denk ik) het kwartje pas. Het moet iets met de ferme correctie van de enkel in de eerste fase van de wedstrijd te maken hebben. De bijna misstap. Iets anders acuuts is mij namelijk vandaag niet overkomen. Is dit de waarheid achter de klacht? Ach ik weet het niet en het maakt uiteindelijk ook helemaal niet uit. Is ultralopen juist niet het dealen met alles wat op je pad komt op zo’n dag? Alles wat je ervoor en erna gedaan hebt of gaat doen moet vervagen. Het gaat om het moment, daar moet je mee dealen en de rest komt later wel… Is deze mindset de grote winst van de DNF tijdens de UTMB van vorig jaar? Misschien wel…

Ik hijs me van het, meer dan comfortabele, bankje op en vervolg mijn weg. Het plan is gemaakt. Door na de volgende post op 80 kilometer, daar mezelf weer goed verzorgen en voor het eerst (werkelijk waar nog nooit gedaan, omdat ik er absoluut geen voorstander van ben) tijdens een race een Ibuprofen nemen en kijken welk effect dat heeft? Dat doen we, goed plan!

Zogezegd, zo gedaan. Ik strompel (een kwartier zitten werkt natuurlijk volledig averechts, maar het effect daarna moet dat goedmaken) van de post op 80 kilometer weg naar de laatste post op 90 kilometer. Het stuk wat volgt verloopt beter dan verwacht. De ibu doet zijn werk en hardlopen behoort weer tot de mogelijkheden. Sneller dan verwacht kom ik op het laatste checkpoint. Korte stop en door maar weer. ‘Nog tien kilometer, finish richting vijven’ app ik naar mijn vrouw.

En dan is de koek echt helemaal op. Het zal zo rond een kilometer of 92 zijn geweest. Hardlopen lukt (door de kuit) alleen nog maar als het naar beneden gaat, dus wandelen is het devies. Ik moet immers finishen, al het andere is nu bonus! Nog één keer de rivier door (als ze nu één ding van mij in die trails mogen schrappen is het dit wel, we hebben toch niet voor niets bruggen?) en dan komen we op het parcours van één van de kortere afstanden. Honderden lopers halen me in, op weg naar de stal. In contrast met mij zo fit als een hoentje. Ach het zal wel. Ik ga toch echt mooi die 100 finishen. En dat het laatste stuk meer weg heeft van 4 dagen rondom Nijmegen dan van trailrunning zal me worst zijn.

Mentale veerkracht getoond, UTMB-punten binnen, ik ben er blij mee!

Een dag later mijn kuit echter stukken minder. Een gemiddelde tachtigplusser beweegt zich soepeler dan ik en daar is die kuit toch echt de hoofdschuldige van. Maar hopen dat dit zich, met wat hulp van een masseur en fysio, snel hersteld. Over 4 weken wacht immers alweer de Zugspitze 100. De volgende 3 UTMB-punten liggen daar op me wachten. Net zoals een mooie klus op locatie voor mijn bedrijf Run Cycle Write.

Website Trail des Trappistes

Splash this around