Op de site http://www.tordesgeants.it/tdg/index.php wordt deze tour al in superlatieven beschreven; voornamelijk in getallen over kilometers(332), bergpassen (25), meren(30), hoogtemeters(24000), vrijwilligers(1200) en tijden(max150h). Als deelnemer ben je onderweg niet zo met die getallen bezig maar ervaar je zo’n wedstrijd als een vrijwel ononderbroken opvolging van emoties, van ontmoetingen, van micro- en macro landschappen, van hoogtepunten in dalen en dieptepunten op hoge cols. Euforie, afzien en ‘self-control’ volgen elkaar in hoog tempo gedurende een kleine 100 uur op. In plaats van de grote lijn van deze monster-trail, een kleine selectie van gebeurtenissen die de Tor Des Geants zo mooi maakte:

Wandelaars
In de warme ochtendzon zie ik ze al van verre, met hun 2 enorme Nederlandse bever rugzakken. Twintig kilo per stuk vertellen ze trots. Bergschoenen goed voor de Everest. Net aan 8 dagen alta-via 1 begonnen, kamperen, alles mee. Die wedstrijdlopers verklaren ze, met lichte bewondering, voor gek. Ik durf ze niet te vertellen over het pad dat gaat komen, te los, te steil, te rudimentair. Ik wens ze veel succes, zij mij ook.

Trailrunners
Km 170, ‘t gaat goed. Ik stijg snel denk ik. Totdat ik in de verte 2 figuurtjes snel dichterbij zie komen. De moed zinkt me in de schoenen. Wat gaan die jongens hard; ik dacht nog wel dat ik aardig bezig was. Ze halen me in. Geen rugnummers. In een vrolijk mengsel van Frans en Italiaans vertellen me ze dat ze altijd op dit deel van het parcours trainen en ze willen braaf achter me blijven. Een uurtje verder stuiven ze samen de berg af. Ciao.
Drie uur en een col verder zitten ze weer achter me. Ze vertellen me over de uitstekende ‘ossobuco’ die ze beneden aten. We lopen samen naar boven. Daar scheiden, na wat stevige handrukken onze wegen. Nummer 22 zullen ze op internet volgen.

Kaasmakers
Op 2340m hoogte staat hij me aan te grijnzen. Een groot wit plastic schort vertelt me dat hij zo uit z’n kaasmakerij komt. Z’n onderarmen zijn zo dik als mijn bovenbenen en hij weegt 100 kilo schat ik. Tuurlijk vind ik z’n kaas lekker. ‘We zijn een koe kwijt dus mijn broer en ik lopen met je mee omhoog’ Al na 100 meter schud ik ze af. Als ik weer 150 meter hoger op een plateautje kom staan ze er al te grijnzen. ‘Had je niet gedacht hè ?’ Nooit onderschatten die bergboeren, die hebben geen epo of bloeddoping nodig.

Fruitsalade
Als ik bij de Bonatti-hut aankom zie ik het al ; Het personeel zit aan het dessert ; fruitsalade. Ik klets wat met het meisje dat m’n chip registreert en vertel haar over hoe ze me het vorige jaar geholpen heeft met hun warme onthaal na ruim 300km. (In staat van uitputting werd ik belaagd door frisse wandelaars met de ‘waarom’ vraag) Ze kijkt me doordringend aan en vraagt of ik ergens behoefte aan heb. Aarzelend zeg ik dat dat dessert van hun er wel heel lekker uitzag, zou ik misschien …..?? Ze kijkt me streng aan, maar op voorwaarde dat ik het niet verder vertel haalt ze een enorme portie fruitsalade. Nooit smaakte die beter

Bijna volle maan.
Nachten door de bergen rennen onder de volle maan. De schaduwen worden grotesk, de afstanden niet in te schatten. M’n hoofdlamp verlicht eigenlijk alleen de meters waar ik m’n voeten ga neerzetten. De volle maan wordt steeds helderder en z’n licht concurreert steeds meer met m’n petzl’tje. Ik verbaas me over dit indrukwekkende natuurverschijnsel. Als ik na een glijpartij weer goed wakker ben realiseer ik me pas dat de batterijen van m’n lamp leeg zijn.

Crèma d’Aosta
Er staan 2 gevulde eettafels in de berghut. Achter één ervan een Italiaanse mama. Waag het niet om van de andere te eten zegt ze. Die is van de organisatie. Je bent bij mij te gast dus eet je van mijn tafel. Omelet met courgette, polenta, eigen gerookte ham. Dat je nu geen wijn drinkt, ok. Maar waag het niet om mijn Home-made Crèma-d’Aosta over te slaan, die is verplicht. Braaf gehoorzaam ik waarna ik grinnikend om zoveel gastvrijheid en met een verse kegel het donker weer in loop.

Vlak terrein.
Niets zo frustrerend als vlak terrein tijdens een bergtocht; dat is alleen goed om je tent op te slaan. Lopers kijken verward om zich heen; wat nu ? Tijd om aan rugzakken te trekken, te eten, drinken en wat te leuteren. Opeens denk ik aan Daniel, een bergrenner bij uitstek, en z’n opmerking:” Vroeger trainde ik op de piste, die is ook vlak, dus als ik nu een vlak stuk tegenkom zet ik me zelf in de atletiekbaan stand” Dat werkt, ook voor mij vliegen de 400 m rondjes voorbij terwijl ik in werkelijkheid nog nooit een voet op de baan heb gezet.

Talen
M’n Japans is nooit geweldig geweest. Toch maak ik een vriend met m’n éne woord.’Mushi-mushi’. Kilometers achtervolgt hij me. Hij heeft zelfs een talenknobbel, zegt: ‘Good ‘als het moeizaam gaat en ‘Sleep’ als hij toch maar niet gaat slapen. Ik heb hem alleen maar droog brood zien eten. Engels praat je met Oostenrijkers, Duits met een Hongaar, Frans met een Canadees, Spaans met een Catalaan en Nederlands met een Vlaming. ’Ciao ‘ begrijpt gelukkig iedereen.

Marseille
Om 4 uur s’nachts komt hij me tegemoet lopen. ‘Je gaat de verkeerde kant op’ zegt ie. Nee zeg ik ‘Jij gaat de verkeerde kant op’. ‘Ik kom uit Marseille en loop al 15 jaar ultra’s’ is z’n tegenargument. ‘Vorig jaar liep ik hier ook, dus ik heb zo m’n herinneringen’ antwoord ik.
‘Sorry, ik kom uit Marseille en ben een beetje de weg kwijt’. Samen vervolgen we ‘mijn’ weg. Als de afdaling steiler wordt laat ik hem achter. In het dorp beneden slaap ik 10 minuten op een soort brancard in de crypte van de kerk. Als ik verder wil gaan komt hij net binnen. ‘Ik kom uit Marseille en ben een beetje moe……’

Tijd
Bij de laatste ravito in de Bertone hut laat ik voor de éénnalaatste keer m’n polsband scannen.
Nog één afdaling dan zit het erop. Ik klets wat met de vrijwilligers, bedank ze voor alles wat er onderweg voor me gedaan is door hun collega’s. “Je moet opschieten” zegt er eentje:” dan haal je Courmayeur nog binnen de 100 uur”. De hele race heb ik me nog niet met klassementen en tijden beziggehouden; dus ik vind het een leuk idee en begin de laatste berg af te sprinten. Tot m’n verbazing finish ik als 11e van de 473 starters & 301 finishers.

TDG, Even wat anders; over materiaal, uitrusting en voeding.
Met dank aan Salomon Nederland liep ik deze tocht met de XT-wings-5 rugzak, die me buitengewoon goed is bevallen. Aan m’n voeten zoals altijd op mijn ultra-trails in de bergen, een paar Salomon XT wings. Regenjack van Haglofs, Short en thigt van Raid-Light. Onderbroek, sokken, dunne fleece trui, regenbroek, handschoenen & muts van het goedkoopste Decathlon huismerk. Hoofdlamp Petzl RXP_Myo, reservelamp Petzl Tikka +, EHBO set bestaand uit 2 pleisters, een rolletje sporttape en wat paracetamol. GPS/horloge Garmin Foretrex 401. Oude Leki loopstokken.
Mijn bijzonder uitgedachte voedingsstrategie bestond uit “eten waar je zin in hebt” op de verzorgingsposten; dus kaas, ham, chips, pasta, soep, chocola, koffie, thee en water. Tussendoor een enkele Snicker of een handje rozijnen. Water in de bidon.

Splash this around