“Mijnheer, ik raad u ten sterkste af om zo meteen van start te gaan” zegt de wedstrijd commissaris met een serieus gezicht een half uur voor de start van de TDS. Verbaasd kijk ik hem aan; hij heeft toch net de inhoud van m’n rugzak minutieus geïnspecteerd en goedgekeurd ? “U heeft een sms gekregen met het advies een extra laag kleding mee te nemen”. Sms’en lees ik nooit, maar we worden het erover eens dat ik wel mag starten, ondanks z’n goede raad.

Een half uurtje later, na het laatste weerbericht te hebben aangehoord, stormen de 1463 lopers de straten van Courmayeur door voor een gure editie van de TDS,(sur les Traces des Ducs de Savoie) een wedstrijd van Courmayeur naar Chamonix van 114km en een dikke 7300mD+. T’is vol op de paden, buurtgenoot Guillaume is in vorm en zet er stevig de pas in, en we komen een hoop bekenden tegen. Tijd voor het traditionele ‘oude koeien uit de sloot halen’ tijdens de eerste bult, de Col de Youlaz op een dikke 2600m. De daarop volgende afdaling naar de eerste ravito in la Thuile is snel, ik ben op bekend terrein uit de Tor des Geants.

In m’n hoofd heb ik de wedstrijd in 3 stukken gedeeld: Hoofdstuk 1 bevat 44 km naar Bourg St Maurice met daarin 2 soepele cols. Thema; niet moe worden.
Hoofdstuk 2; van Bourg St Maurice naar Les Contamines, weer 44 km.Dat lijkt op papier pittiger; we blijven hoog en de paden zijn onregelmatig. Thema; stug doorgaan en proberen de hoofdlamp pas bij laatste afdaling aan te doen. Hoofdstuk 3, Les Contamines naar Chamonix. 26km.Bekend terrein uit de Montagn’hard. Thema; Zorgen dat je genoeg energie overhoudt om de laatste 8 vrijwel vlakke kilometers te rennen.
De sfeer in Bourg St Maurice is feestelijk ondanks de regen, ik tref er de wedstrijdcommissaris van de start weer die vraagt of ik het al koud heb. Met m’n wedstrijdplan gaat al minder; hardlopen in het vlakke dal lukte me niet en in de klim naar Col de Forclaz word ik door 30 man (m/v) ingehaald. Het is tijd om eens grote vraagtekens te zetten bij m’n voorbereiding. Een DNF in Andorra wegens lyme, 3 weken antibiotica en nog geen 50 km per week trainen in juli en augustus was niet ideaal. En m’n compensatie gedrag de week voor de wedstrijd (een dagelijkse verticale kilometer vanaf de camping in de Queyras) was wel erg leuk, maar ging tegen alle taperings theorieën in. Kortom, in de stromende regen kom ik tot de conclusie dat de moeizame voortgang logisch is; dat geeft rust in het hoofd. Heel af en toe trekken de wolken weg en heb ik een prachtig uitzicht. Het is een wild parcours, veel ruiger dan wat ik ken van de UTMB. Ik hoor een herder fluiten en binnen 5 minuten hebben z’n hondjes een enorme kudde de helling afgejaagd naar een omheind stukje. Een mooi spektakel. Zo’n schaap loopt hier toch makkelijker dan die in Salomonvachten gehulde mensen. Passeur de Pralogan op 2567 hoogte is een mooie col als hij zichtbaar is. Rotspartijen en weides wisselen elkaar af. De afdaling gaat langs vaste touwen die zijn aangelegd op de rotswand. Gezien de spekgladde stenen is dat geen overbodige luxe.

Een half uur later, in de ravito tent van Cormet de Roselend ga ik strategisch tegenover de dames met de soep zitten en besluit ik de trail weer in handen te nemen, nog maar 54 km tenslotte. Opwarmen en energie laden. Dat laatste lukt met 4 borden bonen soep. De ‘chef de poste’ is bezig een touringcar te regelen voor de repatriëring van de afhakers, het zullen wel meerdere bussen worden zucht hij. Het gerucht gaat dat de utmb wordt afgelast. Een paar serieus kijkende medici inspecteren iedereen die binnenkomt en de tent verlaat, ik zie een hoop in dekens gewikkelde lopers. Toch maar m’n short wisselen voor wat langers. Door de herfstige omstandigheden zal maar 43 % van de deelnemers de finish halen !

Tijd om door te gaan met hoofdstuk 2; veel regen en een lange saaie klim brengen me naar de volgende col. In de afdaling dringen de weersomstandigheden pas echt tot me door. De afdaling is een grote bruine blubber stroom. We volgen een woeste canyon met daarin een kolkende rivier, af en toe een sneeuwveldje en meer enkeldiepe blubber. De liefelijke stroompjes waar je normaal zo overheen stapt zijn veranderd in zwarte modderstromen die keien meeslepen. Spectaculair is het wel. Voor het eerst gebruik ik m’n stokken ook voortdurend in de afdaling. Bij La Gite loop ik langs een oude boerderij, het gezin gaat net aan tafel, de kachel rookt. Het gezellige huiselijke tafereel is een groot contrast met de race die zich buiten afspeelt. Het wordt al vroeg donker, tijd voor een muts, handschoenen en koplamp. Mooie testcase voor de Petzl Nao, die doet het gelukkig (met dank aan de heren MST en Petzl) Meer soep en koffie op Col de Joly en dan via skipistes naar les Contamines. Het rennen op de 4 vlakke kilometers voor de ravito gaat weer goed. M’n hele fanclub staat me daar op te wachten. Gezellig, de soep en de koffie wordt me aangedragen.

Op naar Les Houches, eerst via wat boswegen naar les Miages, een prachtig houten dorpje in een hooggelegen vallei, al zie je er s’nachts niets van. Het wordt zelfs droog en ik zie een ketting van lampjes de Col de tricot op lopen, een mooi gezicht. Een handgreep van m’n stok laat steeds los, pas na 10 keer verzin ik een noodreparatie met een paar grassprieten, dat werkt. Ondertussen haal ik ook nog wat mensen in; dat is altijd fijn. Les Houches; nog één keer koffie en soep en veel flauwe grappen met de behulpzame vrijwilligers als ik de verkeerde kant op vertrek. Het laatste vrijwel vlakke stuk is snel, te rennen zelfs.
En dan, een stuk voor de finish komt er opeens iemand met een bekend gezicht meelopen, ik word aangemoedigd en vrolijk uitgehoord over de race. “Wat doe jij hier ?” vraag ik. “Ach,ik race toch niet dus ik ben ik iedereen hier aan het aanmoedigen” is het antwoord. Gezellige actie. De finish halen tegelijk met Kilian Jornet geeft me een onverwacht warm gevoel na deze natte koude maar boeiende race.

Splash this around