Esprit Montagne Invitational 2016, nawoord

by | Jul 11, 2017 | Nieuws

Ik ben niet bang in het donker.

Het eerste deel loopt mijn Liefste met mij mee. Onervaren als hij is, met lopen over smalle paden in het donker, zwalkt hij als een dronken aap. Bergop kan hij mij makkelijk bijbenen. Als wij langs de graat dalen, vindt hij het prettig als mijn lampje in zicht blijft. Als ik aan het eerste op-en-neertje naar een kruis-top begin (Alke heeft er vijf bedacht, om ons zoveel mogelijk hoogtemeters te laten maken), vervolgt hij in zijn eentje de route langs het lijntje van zijn GPS. Hij loopt die dag rond de 30 km. Zijn trail-doop.

Ik ben niet bang om achter te blijven.

Ergens op de graat heeft Lander ons ingehaald. Hij is langzaam gestart. Twee mensen ingehaald: zijn dag is al goed. Ongevraagd voorspel ik hem een “hele degelijke finish”. Hij zag er zo sterk uit, de laatste dagen. Hij zal inderdaad de hele dag stevig doorlopen en als tweede eindigen.

Ik ben niet bang om alleen te lopen.

Een hele trein hoofdlampen komt naar beneden. Een te grote groep. Ze lopen allemaal het tempo van een ander.

Ik ben niet bang om te verdwalen.

Iemand staat lichtend op de helling. Het is Heleen. Zij is het pad kwijt. Een stukje terug pikken we het weer op. Haar onbevangenheid is verfrissend. Ze loopt vandaag zo ver als het gaat, zo lang als ze nog zin heeft. De rookie trail-runner brengt het vandaag tot over de 70 km, een waanzinnige afstand in dit terrein.

Ik ben niet bang om uit te glijden.

Op de Cornettes de Bise klauter ik naar het venstertje als Thomas er opeens doorheen springt. Hij is de laatste, die ik verwacht tegen te komen. Ik zie geen bloed en alle ledematen heeft hij ook nog in gebruik. Susan springt erachteraan. Aan de andere kant van de top is een sneeuwveld, zo vroeg in de ochtend, onbegaanbaar ijzig. Thomas heeft geprobeerd er treden in te hakken, maar dat gaat niet. Er is een alternatieve route ingesteld. We krijgen na een uur of 6 een soort ongeorganiseerde herstart.

Ik ben niet bang voor de hongerklop.

Susan komt vanaf de Chateau d’ Oche hard naar beneden gestormd, Tim in haar zog. Ze loopt zo sterk, maar heeft de hele dag honger. Ze blijft maar eten en lopen. Ik vraag Tim hoe het gaat en hij knikt alleen. Knap, wat hij hier doet. Onervaren op dit terrein loopt hij behouden. Hij heeft veel aan de routekennis van Susan en ze zullen tot in zicht van de finish bij elkaar blijven.

Ik ben niet bang om fout te lopen.

Ik roep het “navigatie-pakt” na, maar ze kunnen mij niet meer horen. Bij de beklimming van de Dent d’Oche: “niet helemaal naar de col, maar linksaf bij de gele pijl, de rotswand in”. Ik weet dat dit op Timo’s kaart staat. Die heeft hij om zijn nek hangen. Dat zal hij wel snel in de gaten hebben. Pas als ik halverwege de klim ben, kijk ik om en zie ik hele kleine trail-runners weer terugkomen op het pad.

Ik ben niet bang voor de eenzaamheid.

Bij Marion, op het halverwege punt, verschijnt Roman. De anderen zaten nog bij Refuge d’Oche, te bekomen van de navigatie fout. Over de skipistes lopen we dicht bij elkaar. Als het echt steil wordt, loopt hij bij mij weg. Vorig jaar was hij snel, dit jaar heeft hij geen energie. Zijn hoofd neemt zijn lichaam op sleeptouw. Al snel zijn wij twee, ver van elkaar verwijderde stipjes, op een immense gras rug.

Ik ben niet bang om te falen.

Bij het afdalen van het laatste op-en-neertje, zie ik twee lopers. Siebrig en Heleen, in onwaarschijnlijke symbiose. Heleen wacht onderaan, terwijl Sieb aan de klim begint. Is het ver? Ze ziet op tegen die laatste drie ommetjes, straks. Maar ik weet dat ze ze gaat doen. Als ze half zoveel doorzettingsvermogen heeft als vorig jaar, gaat ze finishen. Wie weet, haalt ze mij nog in. Ze loopt 40 minuutjes achter mij.

Wij zijn niet bang om langzaam te zijn.

Het is donker en als ik het tweede ommetje heb gehad, zie ik twee lampen vlot de weg af komen. Jeroen en Timo, een afgeslankt “navigatie-pakt”. Na meer dan 23 uur kunnen we elkaar niet veel meer melden, dan dat we moe zijn. Jeroen is maar half van mening door te gaan. Ze lopen, afhankelijk van hun snelheid, 1 uur 40 achter mij. Ik wacht de beslissing niet af. Ik wijs ze erop dat ze een stukje terug moeten lopen, om het pad op te pikken en loop de nacht in.

Ik ben niet bang.

Thomas is al meer dan drie uur binnen. Hij heeft niet geslapen en staat mij hier aan te moedigen, onderaan de laatste klim. Ik zie de zin ervan niet zo, die klim. Thomas vertelt mij dat ik het nu wel zeg “voor Alke” te doen, maar dat morgen zal blijken, dat het ook een beetje “voor mijzelf” is. Wat een “Affen Quatsch”, denk ik. Maar ik ga toch.

Nu ben ik bang, dat ik het verkeerde pad naar beneden heb gepakt. Ik bel Alke om te vertellen, dat ik niet meer naar boven klim, maar liever een stukje omloop in het dal. Hij lacht. “Blijf maar lekker door-stiefelen, je loopt precies op het lijntje”. Ik geloof de waarheid niet, mijn zintuigen zijn het niet meer eens met de kaart en de GPS. Maar Alke geloof ik nog wel. En even later herken ik het weer. Ik ben er bijna.

Het klassement :

1. Thomas Dunkerbeck : 20uur20
2. Lander Debrabandere : 21uur17
3. Tim Pleijte : 24uur05
4. Susan van Duijl : 24uur09
5. Roman Houdini : 24uur29
6. Anne-Mummie Kirschenmann : 25uur55
7. Siebrig Scheeres : 26uur53
8. Jeroen Krosse & Timo de Boer: 28uur08

22 lopers zijn gestart aan “De Invitational” 9 hebben de finish hebben bereikt. De tocht was zo’n 84-87 km met 9000D+

Splash this around