Column 100% MIG: Why?

by | Jan 8, 2016 | Nieuws

“There are lessons in life that can only be learned through fairly massive deviations from our normal, comfortable routines. These lessons alter our perspective on life and better equip us to deal with life’s unforeseen challenges. They can sharpen our optimism and generate a deeper appreciation for the simple things in life,”

 Extreme projecten

Schrijft Jared Campbell in zijn racereport na zijn Barkley van 2014. Hij post zijn verhaal op Irunfar. Het is sportief van Bryon Powell, de man achter Irunfar, dat hij het racereport plaatst. Bryon is enkele maanden daarvoor wegens wangedrag van het forum geknikkerd, waarop de Barkers veel zin en onzin bespreken. Bryon vindt de Barkley eigenlijk geen 100 mijls race, vergelijkbaar met de grote 100 mijlers in het Westen van de verenigde staten. Er is bij de Yanks een stevige kift tussen oost en west op dit vlak. Maar Bryon is ook goed bevriend met Jared en Jared staat sowieso boven elke negativiteit verheven.

Ik draag Jareds woorden al maanden bij me. Het is zijn verantwoording voor het lopen van extreme projecten. Natuurlijk vraag ik me ook regelmatig af waarom je zo nodig 140 uur achter elkaar moet doorgaan bij een lange bergwandeling. Vroeger vond ik 14 uur  lopen al heel erg lang.

 Langlopers

Op de een of andere manier is er toch iets aan de hand met een aantal langlopers. Ik heb het vermoeden dat een deel van die extremisten autistisch genoeg is om het normaal te vinden wat ze doen, of geen besef te hebben dat ze enigszins afwijken van gemiddelden. Ik behoor tot een ander deel, de twijfelaars. Waarschijnlijk zijn die net niet autistisch genoeg om normaal te vinden wat ze doen. Er is iets van vaag normbesef. De twijfelaars hebben een plank voor hun hoofd, maar in die plank zitten enkele kijkgaatjes, waardoorheen ze toch naar voren proberen te kijken.

Eigenlijk heb ik dat lange lopen nooit echt zien zitten. Het was meer een gevolg van ‘als je toch loopt, kun je net zo goed maar gelijk een flink eind lopen’. Gideon had vaak van die uitspraken die ergens wel logisch waren. Zoals ‘je moet niet tegen de tijd lopen, maar met de tijd. Tijd is je vriend.’ Of: Die TDG is een onmogelijke opgave voor iemand als jij. Iedereen die flink traint kan de UTMB wel aan, maar de Tor, vergeet het maar.’ Noch de UTMB, noch de Tor konden mij toen bekoren eigenlijk. Flink trainen leek me ook geen zinnige bezigheid. Toch maakte het eerste stukje Tor dat ik met Gideon liep in 2010 iets in me los. De energie van zoveel mafketels bij elkaar, die dagen en nachten door tegen hun grenzen aan lopen heeft iets spiritueels, iets wat moeilijk in woorden te vatten is.

Spacecake

Omzwervende woorden. De waaromvraag is boeiend, maar heeft niet echt een waterdicht antwoord, vermoed ik. ‘Waarom’ is meer een richting, denk ik. Lang lopen is iets anders dan zo snel mogelijk een afstand afleggen. Lang lopen betekent in ieder geval: tegen je eigen beperkingen aanlopen, jezelf afvragen waar je mee bezig bent, pijn aangaan, de strijd tegen onwil aangaan, bepalen wie of wat de baas is in je brein, er achter komen hoe je beslissingen neemt, hoe je je ‘vrije wil’ kunt sturen, je zelf leren kennen. Maar ook: de werking van lichaamseigen stresshormonen ondergaan in een andere context dan je gewend bent, ervaringen hebben die vergelijkbaar zijn met de ervaringen van het gebruik van XTC, magische paddenstoelen of ruimtegebak.

“Als je toch loopt, kun je net zo goed maar gelijk een flink eind lopen.”

 Geen zin

Het is vrij onzinnig om je teveel met de waaromvraag bezig te houden. Je komt er waarschijnlijk nooit helemaal uit. Toch kan het geen kwaad om er af en toe eens met anderen over van gedachten te wisselen. Mij achtervolgt het waarom-ding al zolang ik loop eigenlijk. Ik ben net begonnen aan het schrijven van een boek waarin de PTL die ik met Ernst Jan en Renske liep de afgelopen zomer een belangrijke rol speelt. Ernst Jan trok na 200 km helemaal krom van ellende en Renske stak in het laatste deel van de race enkele malen een naald in de blaren onder haar nagels. Mijn maag krimpt nog steeds als ik daaraan terugdenk. ‘Diep gaan’ kreeg een nieuwe dimensie, toen ik op de Mont Luisin bijna out ging van de zon, maar ik niet out kón gaan, omdat ik Renske de klettersteig op moest praten. Zij voelde zich met haar hoogtevrees verre van prettig boven de 1.000 meter hoge afgrond.

Als je dat soort dingen deelt met anderen, volgt altijd de vraag ‘waarom’. Ik accepteer dat maar. Ik hoop dat het schrijven van een groter verhaal  in een boek een stabiele oplossing gaat bieden voor het waarom-ding.
Intussen heb ik voor de zekerheid toch maar een ticket geboekt naar Knoxville, Tennessee. Je weet maar nooit waar dat goed voor kan zijn!

Splash this around