4 Weken (Zugspitze Ultratrail)

by | Jun 22, 2016 | Nieuws, Races

4 Weken, dat is nu precies de periode die ik na een langere (10 uren plus) wedstrijd niet loop. Niet loop? Nee, geen meter! Nadat ik in 2013 na de CCC en vervolgens te weinig rust, te snel weer hard trainen en en passant het verbouwen van een zolder m’n achillespees om zeep hielp heb ik wel geleerd. 4 Weken dus, waarvan 2 weken geen minuut aan sportactiviteiten en dan komt na 2 weken weer eens de racefiets uit de schuur. En na 4 weken gaan we dus weer eens, voorzichtig, lopen.

2 keer 100 km

Nu was 4 weken precies de periode tussen Trail des Trappistes en de Zugspitze Ultratrail. Beiden wedstrijden over 100 kilometer. De één in de Belgische Ardennen, de andere in de Duitse Alpen. Normaliter is die 4 weken in dit geval geen probleem. Zeker niet om dat Trappistes een makkelijke (vooruit relatief dan) trail was. Maar ja, dan moet je niet 40 kilometer met een kuitblessure doorlopen omdat je niet uit wilt stappen. Dat is natuurlijk vragen om problemen!

De dagen na Trappistes ga ik dan ook strompelend door het leven. Een bezoek aan de masseur (standaard na zo’n lange race), bezoekje aan de manueel (ook standaard) en die laatste brengt me aan het twijfelen. ‘Ik zie hier toch echt een bloeduitstorting zitten en je ervaart ook echt drukpijn. Ik blijf er dan ook vanaf’. En de klok maar doortikken richting die Zugspitze.

Een Zugspitze met een extra lading trouwens. Doordat ik als persman voor Mudsweattrails loop ontstaan er namelijk extra mogelijkheden. Raceorganisator Plan B en Grainau Tourisme ben ik daar dankbaar voor.
Ook was daar de aanwezigheid van mijn vrouw. Nog nooit liep ik onder haar ogen een dergelijke wedstrijd. En nu zouden we samen naar Zuid Duitsland trekken.

En dat lijkt het er wel erg lang op dat je niet kunt starten… Hoe bestaat het?!?
Een dag of 5 voor de race kom ik een laatste keer bij de fysio. Een echo wijst uit dat er geen schade meer zichtbaar is aan de kuit. De spieren om de bewuste plaats heen zijn echter als een snaar gespannen. ‘Eigenlijk durf ik ze niet te dry-needlen’, zegt fysio Dennis. ‘Doe het maar gewoon’, zeg ik. Onder het mom van dat ik zonder behandeling sowieso niet kan starten onderga ik, op eigen risico, de behandeling. Niet prettig kan ik je vertellen.
Maar het effect is verbazingwekkend! Het duurt dan wel tot het einde van de wandeldag op donderdag, twee dagen voor de wedstrijd, dat de spieren hersteld zijn, maar de kuit voelt meer dan goed.

Zeer behouden starten

Ik kan dus starten! Maar onder één voorwaarde, zeer behouden.
In een opdrogend en bewolkt Grainau gaan we die zaterdag iets na zevenen van start. Volgens mij iets van 600 of 700 lopers uit wel 50 verschillende landen. Veel Nederlanders ook, voor mij een goede reden om een pact te sluiten met Edwin (Castelein) en Jacolien (Schreuder). Sowieso tot aan de eerste hoge passages op een kilometer of 35 wil ik met hen oplopen. Voel ik me dan goed dan ga ik in mijn eigen tempo doen waar ik goed in ben, afdalen!
Maar, zoals altijd, verloopt het die dag allemaal wat anders. Het tempo van Jacolien en mij ligt iets te hoog voor Edwin. Nog voor de eerste hoge passen lopen we al een stukje voor hem. Voor hem, maar nog wel steeds behouden, achter in het veld.

De lucht richting Oostenrijk ziet er echter niet al te best uit. Dat is eigenlijk een understatement van jewelste. Gitzwart is de lucht en als we vertrekken van de Ehrwalder Alm naar boven, barst het los. Dikke druppels en hoe hoger we komen hoe natter het wordt. Niet alleen nattigheid die van boven komt, maar de modder die toch al rijkelijk aanwezig was na de vele regen van de afgelopen dagen wordt nog eens extra gevoed.
Het wordt glad, gladder, gladst. En de modder lijkt wel lijm die je voeten wil fixeren aan de berg die je zo graag wilt oversteken. En hoe hoger we komen hoe erger het wordt. Eerst een regenjas aan, dan ergens in de luwte van een kammetje de regenbroek. Tijd voor een gelletje. Oeps, ik voel mijn vingertoppen niet meer. Snel handschoenen aan! De omgeving wordt witter en witter, het zicht wordt minder en minder en de kou en modder zuigen de energie uit mijn lijf.

Was ik eerst nog zo optimistisch om in de afdaling naar Hämmermoos (post 4) mijn ding te doen. Nu ben ik blij dat ik kan overleven en mezelf kan voortslepen naar de volgende pas. Gevolg van het slechte weer en de kou is ook nog eens dat we behoorlijk wat sneeuwvelden passeren.
Mooiste moment was nog wel toen ik in het gezelschap van, veelloper en voormalig triatleet, Hans Lems een pas overstak en weer zo’n ellendig sneeuwveld op zag doemen. Een touw was er langs gespannen om het de lopers aangenamer te maken naar beneden toe, maar Hans zou Hans niet zijn als hij niet voor een eigen route zou kiezen. Een route die mij ook beter lijkt. Rechts erlangs, blokkenveldje door en dan lopen we ons toch klem. Daarom lachte die bergwacht natuurlijk toen wij vroegen of we ook over rechts mochten?
Om nog even op die bergwachten terug te komen. Waar heeft Plan B die allemaal vandaan getoverd? Puike organisatie dat Plan B. Te pas en te onpas trof je die bergwachten aan. Onder een zeiltje, bij een vuurtje, in een slaapzak om het voor ons mogelijk te maken om dit listige parcours af te kunnen leggen. Hulde!

En ja daar staan we dan dus. Vastgelopen en dan is er nog maar één optie het sneeuwveld op. Hans zijn telefoon gaat. ‘O dat is mijn sponsor, even opnemen!’. Het is zijn vrouw en ze gaat op de speaker. Hans wil best praten, maar in ieder geval allebei zijn handen vrij hebben. Een hilarisch tafereel volgt! Hans belt, skiet, slipt en beweegt zich over het sneeuwveld terwijl hij hard discussieert of zijn vrouw nu naar post 5 of 6 moet komen…
Ik ben weg! Dan maar plat op de kont (de regenbroek heb ik toch nog aan) en glijden maar. Kijk zo kun je pas meters maken. Met een zucht en een scheet ben ik beneden.

Dan even een stap in de tijd. Het is rond de klok van 8 uur (in de avond dus!) en ik ben zo’n 13 uur onderweg. Een kilometer of 63 ligt achter me, nog 38 te gaan. Maar van harte gaat het al lange niet meer. Het (mentale) spel is dus begonnen!

Zo klaar mee

Na een korte droge periode in de middag regent het weer onafgebroken. Daarnaast ben ik al behoorlijk verzuurd en heb ik zo te voelen ook al blaren. En als dat nog niet genoeg is krijg ik steken in de darmen. Het rantsoen tot rond middernacht zal dan ook uit cola en soep op de posten bestaan. Geen repen, geen gelletjes, geen ander vast voedsel, zelfs water boer ik op.

Een paar uren daarna loop ik volledig in mijn eentje in het licht van m’n hoofdlampje de volgende (korte) klim op. Ik heb het koud, ben doorweekt en heb last van m’n darmen. Allerlei negatieve gedachten doen heel hard hun best om me aan het wankelen te brengen, maar dat gaat ze vandaag echt niet lukken. Vandaag is een dag om te laten zien hoe sterk je (in je hoofd) bent. De nasleep van de blessure, de extreme omstandigheden, de darmklachten. Genoeg redenen om jezelf zielig te vinden. Maar je wilde hier toch zo graag starten om je vrouw te laten zien wat ultratrailen is? Nou dan, niet zeiken man! Doorgaan, bikkelen, vergeet je (zogenaamde) ellende en verzorg jezelf eens goed.

Tijd om te stoppen op één of andere alm. Een hut met een overhangend dak. Mooi daar sta je dus droog. Lange tight aan, regenbroek aan, handschoenen, muts, gelletje (ja dat lukte weer!) erin en door maar. Je pikt vanzelf wel weer andere lopers op. Zo gezegd, zo gedaan.
Weer enkele uren later. Je ziet beneden Grainau en Garmisch liggen. Die allerlaatste verticale kilometer zit erop. Hoger hoeft niet meer, nu alleen nog maar naar beneden. Maar wat is het verrekte koud hier! Snel omlaag. Alhoewel, na 21 uren wedstrijd, is snel natuurlijk een zeer relatief begrip. De steile, rotsige afdaling, de gladde rotsen en de blaren onder de voeten, nee dat helpt niet echt met afdalen.

Even rekenen, zo’n 1.250 hoogtemeters naar beneden. Dat is in normale doen een uurtje werk denk ik. En nu, 2 uren misschien? Zal Mirjam er al staan? Maar hee, wat is dit nu? Die post die we op de weg naar boven aandeden zouden we nu toch weer moeten passeren? Maar ligt die niet naar rechts daar op die kam? En wij volgen het pad door een kom naar links en moeten zelfs weer een stukje stijgen. Wat een ellende zeg! ‘I think we are going in the wrong direction’ zeg ik tegen de Duitse bergbeklimster (4 keer 8000, waaronder Everest) en dame uit de streek Billi Bierling (die dit trouwens zwaarder vond dan het beklimmen van die extreem hoge bergen). ‘Well this is the only sign there is, so let’s follow it!’ is haar antwoord.

Ze heeft gelijk, we komen terug op de post. En nu als de sodemieter naar beneden, ik ben er zo klaar mee. Ik wil naar mijn vrouw, ik wil bier en ik wil naar bed! Maar ja, dat was even buiten het onderste gedeelte van de afdaling gerekend. Meer dan 2.000 lopers hebben daar een spekglad modderspoor gecreëerd wat mij zelfs op het allerlaatste nippertje nog een schuiver laat maken. Dat is nou jammer, ongeschonden hieruit komen had wel erg mooi geweest…

Ach wat maakt het ook allemaal uit. Ik loop door een ontwakend Grainau (wat een schattig dorpje trouwens!) en bevind me in de laatste 2 kilometer. De klus is geklaard, het mentale spel is gewonnen en ik hoor bij een laag finishpercentage.
En het mooiste van allemaal, bij de finish kan ik mijn vrouw in mijn armen sluiten!

Geen goud

Zugspitze Ultratrail 2016; je was een beest van een wedstrijd, maar ik had je voor geen goud willen missen!

Splash this around